De islam in Nederland stond ook in 2011 weer hoog op de vaderlandse agenda. In de ontmoeting met moslims laten christenen zich leiden door angst óf ze omarmen de islam op een naïeve manier. Theoloog Bernhard Reitsma ziet hoop voor christenen. ,,Ik dank God voor de komst van moslims naar Nederland.''
Eind vorige maand verscheen een onderzoek dat bevestigde wat door velen al werd vermoed. Een op de tien evangelische christenen stemt PVV. Onder andere kerkelijke groeperingen is de aanhang voor de partij van Wilders aanmerkelijk kleiner, hoewel ook leden van de Gereformeerde Bond (5 procent) en de Nederlands Gereformeerde Kerken (7 procent) betrekkelijk hoge scores behaalden.
Directeur Henk Jochemsen van Prisma, de organisatie die het onderzoek uitvoerde, verklaart de steun vanuit het heldere Israëlstandpunt van de partij. Bijzonder hoogleraar Bernhard Reitsma, die aan de Vrije Universiteit in Amsterdam de leerstoel 'De kerk in de context van de islam' bekleedt, signaleert dat ook onbekendheid met en angst voor de islam een rol speelt. ,,Ook als ze niet direct PVV stemmen, zullen veel christenen maar weinig op hebben met het generalisme van iemand als Ella Vogelaar, die stelde dat de islam een onderdeel van de Nederlandse cultuur aan het worden is.''
Slechts een kleine minderheid van de christenen herkent zich in Wilders' rabiate opvattingen over de islam; voor velen is dat echt een brug te ver. Zo schreef Gert-Jan Segers – directeur van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie – eens op de aan zijn partij gelieerde site opunie.nl: ,,Moslims horen er in Nederland bij, de islam nog lang niet.'' Als de Nederlandse islam nog eens honderd jaar langer hier is, zal deze weliswaar een stuk vertrouwder aanvoelen, maar de cultuur en de godsdienst van de islam blijven principieel 'onverenigbaar' met de in
Nederland geldende normen en waarden.
Bernhard Reitsma kan zich niet vinden in deze manier van denken. ,,Je stelt je dan als christen op achter de mythe van de joods-christelijke traditie. We voelen ons veilig achter deze muur, maar als iemand in Noorwegen hier ineens mee aan de haal gaat, voelen we ons daar natuurlijk niet verantwoordelijk voor. Dat is natuurlijk al opmerkelijk.''
Schuilmoskeeën
We kunnen de christelijke traditie dus met enige willekeur erbij halen als het ons uitkomt, wil Reitsma maar zeggen. Hij zet een groot vraagteken bij de aanname dat de huidige Nederlandse cultuur diepgaand geworteld is in christelijke waarden. ,,Dat is nog maar helemaal de vraag. Historici debatteren nog altijd over de vraag of Nederland nu democratisch is dankzij of ondanks de aanwezigheid van christenen in ons land. De vraag is meer bij welke cultuur de islam niet zou passen. Bij de cultuur die bepaalde dat je als kind moest opstaan als de leraar de klas binnenkwam? Ik weet niet of ik daarnaar terug zou willen. Bij de protestantse kolonisten die met hun VOC-schepen de wereld over voeren en zwarten en slaven als minderwaardige schepsels beschouwden? Bij de cultuur die maakte dat moslims in Zuid-Afrika in schuilmoskeeën moesten samenkomen?''
Reitsma hecht er belang aan onderscheid te maken. ,,Over welke islam hebben we het eigenlijk, als we stellen dat de islam niet bij Nederland hoort? Ik ken genoeg moslims die halal boerenkool eten, die Sinterklaas vieren met hun kinderen. Zijn dit dan geen goede moslims of geen goede Nederlanders?''
Hij voelt zich meer thuis bij de opvatting van zijn promotor en leermeester theoloog Bram van de Beek. Die stelt dat het christendom niet aansluit bij de – in ons geval christelijke – cultuur, maar deze kritisch ontmaskert. Dat levert een radicaal andere kijk op dan veel christenen die de Nederlandse en de christelijke identiteit laten samenvallen en de islam daarbuiten stellen. Reitsma: ,,Het kruis stelt alles onder kritiek, ook de schijnzekerheid van een zogenaamd Nederlandse cultuur. De Geest ontmaskert, door het kruis, op het punt van zonde en gerechtigheid. Daar ligt de kern van het christendom, maar die waarheid is 'niet van deze aarde'. Je kunt niet zeggen dat een cultuur die door het christendom 'getransformeerd is', ineens zonder zonde is. Ook een cultuur waarbinnen de meerderheid van de mensen oprecht in God gelooft, moet worden getoetst aan de norm van Gods gerechtigheid en worden gesteld onder het kruis.''
Hetzelfde schuitje
Christenen kunnen volgens Reitsma dus geen enkele cultuur – dus ook de Nederlandse niet – zonder meer het stempel 'christelijk' geven. Maar de vraag dringt zich op of het probleem niet gewoon is dat Nederlandse christenen zich niet kunnen identificeren met de cultuur die moslims met zich meebrengen? ,,We kunnen ons juist heel goed identificeren met moslims, door te zeggen dat wij allemaal afhankelijk zijn van Gods genade.'' Maar dat geldt toch evengoed voor seculiere liberalen? ,,Ja, zeker. Maar dat vind ik nog wat moeilijker voor te stellen'', lacht Reitsma. ,,Als ik naar de toekomst van mijn eigen kinderen kijk, dan is op dit moment de zuiging van de dominante seculiere cultuur groter dan die van de islam. Dat ligt in een andere context wellicht anders.'' Zo bezien zitten moslims en christenen in hetzelfde schuitje. ,,We zijn allebei kleine minderheden in een overwegend seculier land.''
Zoals moslims opkomen voor het recht om halal te kunnen slachten, hebben ook christenen onze vrijheden te verdedigen. Daarom pleitte voormalig ChristenUnie-senator Egbert Schuurman in 2007 voor een 'cultureel pact' met moslims. Reitsma: ,,Op sommige punten zouden we inderdaad een pact kunnen sluiten, maar dat woord klinkt mij te veel als een 'verbond' in de oren. En daar komt 'macht' al gauw in het spel, alsof je een machtsblok zou willen formeren. Ik vraag me af of dat de weg voor christenen moet zijn. De taak van de overheid is wat mij betreft niet het bevorderen van het goede in de zin van Gods Koninkrijk, maar alleen het indammen van het kwaad. Daar lopen de meningen wat mij betreft uiteen.''
Christenen en moslims kunnen dus samenwerken als het gaat om het verdedigen van eigen geloofsvrijheden. Maar is er geen waakzaamheid geboden? De top-tien van landen waar christenen worden vervolgd – zoals Open Doors die bekendmaakt – wordt immers gedomineerd door islamitische landen?
Reitsma werkte zelf voor Open Doors, maar past ervoor om aan de slechte positie van christenen in moslimlanden direct negatieve consequenties voor Nederland te verbinden. ,,Ik ben me bewust van het beeld dat door dit soort berichten over geloofsvervolging wordt opgeroepen. Ik vind het ook een punt van zorg en maak dat ook in contact met moslims bespreekbaar. Tegelijk moet je natuurlijk niet een conflict dat elders speelt simpel willen importeren. En er zijn ook zo veel andere verhalen te vertellen. Zo is na de crisis in de koptische gemeenschap in Egypte en de Arabische Lente veel contact op gang gekomen tussen bijvoorbeeld het christelijke seminarie in Cairo en zijn islamitische buren. Bovendien: zoals wij niet simpel willen worden geassocieerd met de kwalijke kanten van het christendom, is het oneerlijk om dat met moslims wel te doen. De eerste generatie migranten stelde Nederland nog gelijk met het christendom. Tegenwoordig weten de meeste moslims volgens mij wel dat de gemiddelde Nederlander niet langer christelijk is. Het beeld dat ze hebben, wordt bepaald door de plaats die ze innemen. Zo ken ik een Marokkaanse moslim die politieman is. Als hij afgaat op wat hij tegenkomt, zou hij christenen eenzijdig kunnen zien als daders van huiselijk geweld, omdat hij zo veel zedenzaken tegenkomt waar christenen een rol in spelen. Iemand met een ander beroep zal dat weer anders zien. Of we altijd christelijke gastvrijheid hebben getoond aan islamitische nieuwkomers? Nee, ook in plaatsen als Ede en Veenendaal – waar veel fabrieksarbeiders kwamen werken – hebben we hen behandeld als werklui die ons werk kwamen uitvoeren. We hebben ons nooit anders opgesteld dan onze medelanders. Dat zijn gemiste kansen...''
Kansen voor christenen
Hoewel Reitsma ervan houdt te filosoferen, verliest hij zich niet snel in abstracties. Dat komt door zijn aanstelling aan de Christelijke Hogeschool Ede. Hij wil concreet worden. ,,Hier studeren de verpleegkundigen, maatschappelijk werkers en journalisten van de toekomst. Het is aan ons om hen voor te bereiden op de werkvloer, waar ze tegelijk professional en christen zijn.'' Reitsma stelt dat er veel te snel in ethische dilemma's wordt gedacht. ,,Moet ik als trouwambtenaar wel of niet een homo trouwen? Als ik iemand behandel die mij vraagt de Koran te lezen, moet ik dan mijn bijbel pakken, om te laten zien waar echte waarheid ligt? Alsof daar het christelijke pas begint. Eigenlijk zijn die vragen het laatste stadium. Omdat je christen bent, zul je ook een goede professional moeten zijn. Daar begint het tonen van je christelijke identiteit al. Vervolgens geven we onze studenten geen sluitende antwoorden – ze zijn mondig genoeg om hun eigen keus te maken – maar helpen we hen zich voor te bereiden op de keuzes die ze zullen maken in een pluriforme samenleving. Daar horen ook ontmoetingen bij, met bijvoorbeeld islamitische jeugdverenigingen. Het is boeiend om te zien hoe studenten daar ontdekken hoeveel de vragen waarmee ze worstelen lijken op die van hun islamitische leeftijdsgenoten.''
Ontmoetingen als deze leiden bij Reitsma tot de hoopvolle conclusie dat de aanwezigheid van gelovige moslims vooral een kans is voor christenen, om te laten zien wie ze zijn. ,,In dat opzicht dank ik God voor de komst van moslims naar ons land. Hun uitgesproken geloof dwingt ook ons om kleur te bekennen en ons niet te gemakkelijk te vereenzelvigen met de seculiere meerderheidscultuur.''
Hoe gaat dat dan precies in zijn werk? ,,Uiteindelijk is de vraag hoe je jezelf verhoudt tot Nederlanders van islamitische huize vooral een kwestie van geestelijke volwassenheid. Een vorm van levenskunst, waarbij je een balans weet te bewaren tussen wie je zelf bent en respect hebt voor wie de ander is. Maar als je in contact staat met een islamitische buurman, toon hem dan wie Jezus Christus is en wat het kruis voor jou betekent, en verschuil je niet achter de abstractie van 'de joods-christelijke' cultuur, om daar een 'ander' mee uit te sluiten.''
- - -
Wie is Bernhard Reitsma?
• Bernhard Reitsma houdt zich als bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit bezig met 'de kerk in de context van de islam'. Aan de CHE bereidt hij daarnaast aanstormende professionals voor op hun ontmoeting met Nederlanders van islamitische huize.
• Reitsma werkte van 1998-2005 namens de Gereformeerde Zendingsbond als zendeling in Beiroet, Libanon.
• Op 16 maart organiseert Bernhard Reitsma een debat aan de Christelijke Hogeschool in Ede over de joods-christelijke cultuur. Hij zal daar in gesprek gaan met onder meer Frans Timmermans (PvdA).
Reactie Gert-Jan Segers: 'Reitsma begrijpt mij verkeerd'
Gert-Jan Segers is directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie
Bernhard Reitsma komt met een aantal belangrijke noties, maar met de keus om een verkeerd geïnterpreteerd citaat van mij als illustratie te gebruiken ben ik buitengewoon ongelukkig.
Ten eerste getuigt het interview van onbegrip over wat ik heb gezegd. Ik huiver als de Nederlandse en de christelijke identiteit in één adem worden genoemd. Het is daarom ook een zeer bevreemdende ervaring om in Reitsma’s interview wel in die hoek geplaatst te worden. De uitspraak ,,moslims horen erbij, maar de islam nog lang niet’' is deels principieel en deels feitelijk. Hij is principieel in het uitgangspunt dat alle burgers voor de wet gelijk zijn en ik niet kan leven met een onderscheid tussen eerste- en tweederangsburgers. Daarmee sta ik lijnrecht tegenover de PVV. Het tweede deel – de islam hoort er nog lang niet bij – is feitelijk. Culturen verschillen en die verschillen doen ertoe. In lijn met wetenschappers als Francis Fukuyama, Samuel Huntington en Ronald Inglehart beweer ik niet meer en niet minder dat de invloed van de islam tot een andere cultuur heeft geleid dan West-Europa heeft. Dat is een droge, feitelijke constatering. Ik heb daaraan toegevoegd dat het vervolgens de vraag is wat de toegevoegde waarde van de islam voor onze cultuur zou zijn. Kijkend naar de uitwerking van de islam in het Midden-Oosten zie ik weinig zegeningen.
Ten tweede wordt me geen recht gedaan. De suggestie dat ik ,,aan de haal ga met de mythe van een joods-christelijke cultuur’' is meer dan curieus. Bij de verbinding die vervolgens wordt gelegd met de strijd van Breivik wordt het me helemaal bang te moede. Ik heb de afgelopen maanden herhaaldelijk geschreven over een ,,heilloze strijd'' van bijvoorbeeld Wilders en zijn volgelingen voor een ,,christendom zonder Christus''. Dat het een strijd is van mensen voor wie ‘genade’ een vreemd woord is geworden en voor wie het kruis geen teken is van onze zwakte en zonde, maar van onze superioriteit en kracht. Zo schreef ik onder meer: ,,Waardoor zou ons land islamiseren? Niet door die 6 procent moslims, maar alleen maar door die 94 procent die in meerderheid niet meer met God en zijn evangelie wil leven. Dat is de enige reden waarom onze christelijke cultuur ons bij de handen afbreekt.”
Overigens praat ik graag met Bernhard Reitsma door over de inhoud van zijn verhaal. Het is een belangrijk thema.
Lees op hier enkele artikelen van Gert-Jan Segers over dit onderwerp.
Reactie Marten de Vries: 'Het kruis stelt ook de islam onder kritiek'
Marten de Vries is missionair predikant onder moslims in Rotterdam en voorzitter van Het Kruispunt, een studie- en ontmoetingscentrum voor christenen om met moslims in gesprek te gaan
Ten eerste: Reitsma suggereert dat door het onbekende dat onbemind maakt een smaldeel van de ‘bijbelgetrouwe’ christenen islamofoob is. Het zou het onderzoeken waard zijn hoe groot de sympathie voor de PVV is onder christenen afkomstig uit door moslims gedomineerde landen. Hun doorgaans gesloten houding naar moslims acht ik niet voorbeeldig – al heb ik begrip voor hun trauma’s. Hun opvattingen over ‘kerk en staat’ kun je wegzetten als ‘formeel islamitisch’. Niemand evenwel kan stellen dat christenen uit Egypte, Irak of Syrië niet weten waarover en over wie ze het hebben wanneer ze zich kopschuw betonen voor de islam en achterdochtig jegens moslims.
Ten tweede: Reitsma vraagt met verwijzing naar de slavenhandel af of onze cultuur wel zo diepgaand gestempeld is door het Evangelie. Wij hoeven niet trots te zijn op de daden van menslievendheid van onszelf en onze vaderen; we beroemen ons slechts op Christus. Maar is het te stout wanneer ik stel dat mede door de doorwerking van het Evangelie allerlei misstanden beëindigd werden? Waarom heet je aanhanger van een joods-christelijke mythe wanneer je dankbaar vaststelt dat hier nog steeds normen en waarden van christelijke oorsprong vigeren? En moet ons geloof in de Gekruisigde niet behalve eigen ‘schijnzekerheden’ evengoed islamitische alternatieven onder kritiek stellen?
Ten derde: Reitsma is banger voor een dominante seculiere cultuur dan voor de islam. Afgezien van de vraag of christenen überhaupt moeten vrezen, acht ik deze keus minder vanzelfsprekend. Onlangs nam ik – op uitnodiging van Reitsma – met rabbijn Raphael Evers en moslimgeleerde Umar Ryad deel aan een ‘socratisch gesprek’ georganiseerd door de VISOR aan de VU in Amsterdam. Mijn islamitische gesprekspartner zei meer beducht voor christenen te zijn dan voor seculiere Nederlanders.
Christenen uit het land waar hij vandaan komt – en waar ik vroeger Gert-Jan Segers opzocht – zullen het vast begrijpen: zij op hun beurt prefereren een seculier regime boven een moslimregering.
Tot slot: wij moeten hoognodig afscheid nemen van het sprookje dat moslims naar Nederland zijn gehaald om ons vuile werk op te knappen. Geen Turk of Marokkaan is gevankelijk naar Nederland gevoerd om gedwongen te werken in een vuile fabriekshal. Ten tijde van economische voorspoed kwamen werkloze arbeiders werk verrichten waarvoor – gelukkig maar voor hen! – weinig opleiding vereist was. En waarmee ze een betere boterham konden verdienen dan in het land van herkomst. Mijn eigen (oud-)ooms en tantes die voor en na de Tweede Wereldoorlog naar Canada emigreerden, moesten – evenals de immigranten die hun plaatsen naderhand opvulden – onder aan de ladder beginnen.
Reactie Cors Visser: 'Reitsma negeert kritiek op de islam'
Cors Visser is directeur van ForumC, een forum voor geloof, wetenschap en samenleving
Scherp en terecht, dat is mijn eerste reactie na lezing van het interview met Bernhard Reitsma. Maar bij herlezing dacht ik: 'maar het mag nog scherper, scherper in de analyse van het cultuurchristendom en scherper richting het geloof van de moslims'.
Zeer terecht hamert Reitsma op het ontmaskerende van het christelijk geloof. Te vaak en te snel denken Nederlandse christenen dat iets wat bij onze cultuur hoort ook christelijk is. Of het nu artikel 23 is, de monarchie, de mogelijkheid van ambtenaren om homohuwelijken niet te sluiten. Inderdaad, het kruis stelt alles onder kritiek, ook het cultuurchristendom. Maar het feit dat veel christenen niets van moslims moeten hebben, heeft naar mijn idee vooral te maken met het feit ze bang en ongeneeslijk traditioneel zijn. Meer dan dat ze aanhangers zijn van het cultuurchristendom. Niet voor niets zijn er veel PVV-stemmers in plaatsen waar de SGP en ChristenUnie de lakens uitdelen én nauwelijks allochtonen wonen (Urk, Bunschoten). Persoonlijk vind ik het altijd heel pijnlijk als bij christenen die geloven in een liefdevol en almachtig God angst de belangrijkste drijfveer is.
Het kruis ontmaskert niet alleen het cultuurchristendom, maar ook de islam. Ik heb het idee dat Reitsma in dit interview vrij gemakkelijk voorbijgaat aan de kritiek op de islam. Uiteraard hebben veel uiterlijke en politieke kenmerken van moslims te maken met de cultuur van het Midden-Oosten. Maar toch zijn er zeker kritische vragen te stellen. De meest prangende vragen gaan over vrijheid voor andersdenkenden en mensenrechten. Deze twee fundamentele noties – mede gevoed door het christelijk geloof – lijken niet alleen op gespannen voet te staan met de cultuur in het Midden-Oosten, maar toch ook met die van de islam zelf. De islam is meer dan een soort voetbalclub met wat merkwaardige gewoonten en lekkere shoarma.
Reitsma slaat naar mijn idee de spijker op de kop als hij stelt dat onze houding ten opzichte van islamitische landgenoten vooral te maken heeft met geestelijke volwassenheid. Angst is geen teken van volwassenheid, gehechtheid aan tradities en cultuurchristendom is dat zeker ook niet. Volwassen zijn betekent tenslotte waken voor naïviteit over een valse religie.



























Plaats reactie