Wie had ooit gedacht dat de crisis ons een handje zou helpen om begrippen als ‘zuinig’ en ‘duurzaam’ opnieuw te leren waarderen? Zuinigheid: spruitjeslucht en Zeeuwse vrekkigheid? Kom op! Zuinigheid is hartstikke in!
Ging een woord als ‘zuinig’ tot een paar jaar geleden nog steevast gepaard met woorden als ‘spruitjeslucht’ en ‘bekrompenheid’, tegenwoordig is zuinigheid weer helemaal hip. Vorige week nog was er op het publieke jeugdnet Z@pp een heuse special te zien met de titel Z@app Your Planet. Het hele kinder- en jeugdprogramma stond helemaal in het teken van duurzaamheid en zuinigheid. En op de site van Z@pp staan op dit moment items als ‘Wat is jouw voetafdruk?’ en ‘Tips voor een duurzaam leven’.
Het besef dringt diep door, ook bij jongeren en kinderen: we kunnen niet meer ongebreideld en royaal met alles omspringen. Onze aarde zegt, zonder woorden: ‘Mag het ietsje zuiniger alsjeblieft?’ Zuinigheid, het woord lijkt nieuw elan te krijgen. Hoe zeiden ze dat in de jaren vijftig ook maar weer? O ja: zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen. Oftewel: Als je zuinig en ijverig bent, kan je veel meer bereiken.
Al die aandacht voor zuinigheid en duurzaamheid heeft ook voordelen op microniveau. We hoeven thuis slechts het woord ‘Duurzaam!’ te roepen als een van onze kinderen aan het douchen is en de kraan wordt bijna direct uitgedraaid. Want water is kostbaar en kost geld, zo weten onze kids. En alle druppels helpen.
Persoonlijk ben ik daarom blij met de trend van duurzaamheid en zuinigheid. Niet alleen omdat het keihard nodig is, maar ook omdat we er uiteindelijk veel gelukkiger van worden. Ook dat is geen nieuw inzicht, kijk maar naar de ‘zeven hoofdzonden’. Een aantal van deze hoofdzonden gaat uiteindelijk over alles wat het tegenovergestelde is van eenvoud en zuinigheid: jaloezie, vraatzucht, wellust en hebzucht (zie ook het boek ‘Doodzonde – Pleidooi voor de Bijbelse weg naar het leven’ van Graham Tomlin. Ook Spreuken 16:18 en 19 biedt ons veel wijsheid als het gaat om duurzaamheid, eenvoud en zuinigheid: ‘Hooghartigheid gaat vooraf aan ellende, hoogmoed komt voor de val. Beter in eenvoud leven met de armen, dan de buit verdelen met hoogmoedigen.’
Honger naar meer geld en goed, zorgt voor meer honger. Honger naar eenvoud vervult en geeft vreugde. Misschien kunnen we toch meer van de Zeeuwen leren dan we denken. Crisis of geen crisis, hun motto luidt fier: ‘Ons bin zuunig!’. Petje af.
‘De meeste dromen zijn bedrog...’ Iedereen van boven de 30 heeft bij het horen van die woorden onmiddellijk het deuntje van Borsato in z’n hoofd. Het was zijn grote doorbraak, zo’n 18 jaar geleden precies in de tijd dat ik de liefde van mijn leven trouwde. En toen ik zondagochtend – Moederdag - wakker werd zong ik het dus maar even voor mijn vrouw: ‘…maar als ik wakker word naast jou dan droom ik nog’.
Ik kreeg een slaperige glimlach terug. De avond ervoor hadden we nog even een filmpje gekeken. Nou ja, filmpje – een behoorlijk stevige film eigenlijk. Inception, met Leonardo diCaprio. Een soort science-fiction verhaal over de mogelijkheid om gedachten via dromen in iemands hoofd te planten. Met een geniaal maar ingewikkeld plot, over dromen in dromen in dromen om mensen verregaand te manipuleren. Wakker worden betekent nog niet dat je niet meer droomt, maar dat je één niveau omhoog gaat.
Nu is het echt geen doen die film in 300 woorden te bespreken, maar één beeld bleef hangen. Als de hoofdpersoon drie lagen diep droomt van zijn overleden vrouw maar het gezicht van zijn kinderen niet kan zien, zegt hij tegen haar: ‘Ik zal ze daarboven zien’. Daarboven, in de ‘echte’ wereld, waar dingen een begin en een einde hebben, waar ze werkelijk zijn. Het deed me denken aan een preek van Peter Kreeft die ik een paar jaar geleden hoorde. Kreeft (een Amerikaanse christen-filosoof) beschreef daarin de hemel. Hij gebruikte daarbij de vergelijking met een ongeboren kind: het leeft, eet, groeit – heeft alles wat het nodig heeft, maar het echte leven moet nog beginnen. Het kind kan zich er geen voorstelling van maken – op z’n best zou het zich kunnen afvragen waar benen, armen, ogen en oren voor dienen. In de woorden van C.S. Lewis: ‘If I discover within myself a desire which no experience in this world can satisfy, the most probable explanation is that I was made for another world’.
De hemel als plek die meer werkelijkheid is dan deze wereld. Waarin we meer mens zijn dan hier op aarde, al onze zintuigen volledig zullen gebruiken. Waar we de gezichten van onze kinderen, ouders, geliefden zullen zien – zoals ze écht zijn. Geen schijn, geen droomwereld, geen bedrog meer. Het is niet alleen een mooi idee, het is een Bijbelse belofte. Zo gaat het worden.
En tot die tijd heeft Marco Borsato misschien wel meer gelijk dan we denken. Misschien dromen we nog steeds, ook al zijn we wakker. Inception laat zien wat er gebeurt als we onze droomwereld zelf proberen te maken en daarvoor anderen misbruiken. Laten we daar maar ver van blijven.
Maar die belofte van de hemel – die is de moeite waard om in ieders hoofd geplant te worden. Echt.
Pim Fortuyn was een messias. Dat zei de Rotterdamse filosoof Jos de Mul woensdagavond in een lezing. Op 6 mei is het tien jaar geleden dat Pim Fortuyn vermoord werd. In gesprek met Jos de Mul.
Prof. dr. Jos de Mul, filosoof aan de Erasmus Universiteit, verzorgde woensdagavond de Rotterdam Lezing onder de titel 'Op weg naar het beloofde land; Pim Fortuyn en politiek messianisme'. Marco Pastors (politieke vriend van Pim Fortuyn en lid van Leefbaar Rotterdam) zou in discussie gaan met De Mul, maar zegde op het laatste moment af.
De Mul: 'Ik vond het jammer dat Marco Pastors er niet bij was. In mijn verhaal zat een kritisch aspect. Ik vind namelijk dat messianisme ook een gevaarlijke kant heeft. Omdat Pastors een innige band met Fortuyn had, vermoed ik dat een debat hem emotioneel raakte. Juist in deze week kwam het te dichtbij, denk ik. Dat begrijp ik wel. Hoewel het niet de opzet van de avond was, was het toch een respectvolle herdenking van Fortuyn.'
Welk punt wilde u maken in uw lezing?
'Ik heb geprobeerd de persoon Pim Fortuyn en de geschiedenis daarna te begrijpen vanuit Fortuyn zelf. Ik heb dus geen externe analyse gedaan, maar ik nam als uitgangspunt zijn boek De verweesde samenleving. Hierin zegt hij dat we in een vaderloze samenleving leven. Religieuze, politieke, academische autoriteiten zijn ondermijnd. Volgens Fortuyn hebben we behoefte aan nieuwe vaderfiguren. In zijn boek kende hij zichzelf duidelijk die rol toe. Hij wilde een nieuwe vader van Nederland worden. Mijn punt was: het heeft iets gevaarlijks wanneer zo'n leider het karakter krijgt van iemand die de politieke regels opzij zet. Fortuyn wilde bijvoorbeeld artikel 1 van de Grondwet afschaffen.'
Nederland mist een vader
Was Fortuyn volgens u die vaderfiguur?
'Het jammere is dat we dat nooit zullen weten omdat hij vermoord is. Fortuyn heeft in veel organisaties gewerkt en is vaak met slaande deuren vertrokken. Misschien dat dat in de politiek ook zou gebeuren. Hij was erg op confrontatie gericht. Daar was hij goed in. Maar je kunt je afvragen of hij een samenbinder was.'
Denkt u ook dat Nederland naar een vaderfiguur verlangt?
'Ik denk niet dat Nederland behoefte heeft aan een dictatorachtig persoon. Maar ik denk wel dat er behoefte aan autoriteit is. Uit de populariteit van iemand als minister Opstelten - die hamert op 'law and order' en handhaving van de wet - spreekt een behoefte aan hersel van normen en waarden. Fortuyn wees in De verweesde samenleving juist op het gebrek aan autoriteiten. In tien jaar tijd is er nog niet veel veranderd. In NRC Handelsblad van afgelopen weekend stond dat de toenmalige zorgen om oude stadswijken de problemen van nu zijn.'
Zou Wilders nu zo'n vaderfiguur kunnen zijn?
'Ik denk dat Wilders het charisma mist. Hij weet te te prikkelen en de populistische kaart goed te spelen. Hij is geen vaderfiguur die een goed voorbeeld geeft. Zelfs de mensen die op hem stemmen, vinden dat hij te ver ging in uitspraken over Polen, moslims en kopvoddentaks. Ik wil Wilders niet gelijk stellen aan Fortuyn. Maar Fortuyn heeft wel iets ingezet wat door Wilders verder is uitgewerkt.'
Messias
Volgens De Mul - die in dit verband ook verwijst naar een artikel van theoloog Coen Wessel uit 2002 - is het kenmerkende van messianisme dat een messias zijn volgelingen een utopisch rijk in het vooruitzicht stelt. Het koninkrijk van Jezus Christus, zegt Mul, is niet van deze wereld. Maar het politiek messianisme van Fortuyn belooft daarentegen het utopische rijk in deze wereld te bereiken.
De Mul in zijn lezing: 'Fortuyn heeft wel een visie op het soort leider dat ons land behoeft. Hij omschrijft deze nieuwe 'leider van formaat' in politiek-religieuze termen als een Mozes die het volk leidt naar het beloofde land. Een dergelijke leider wil leiding geven in het besef dat het (citaat uit De verweesde samenleving) "een uitverkiezing is, een roeping en niet een baan of een functie". Volgens De Mul is het feit dat Fortuyn citeert uit Deuteronomium, profetisch te noemen omdat het de passage is waarin God tegen Mozes zegt dat hij het beloofde land niet in mag, maar op een berg moet sterven. 'Fortuyn als een Mozes die het volk leidt op weg naar het beloofde land: het is een beeld dat niet alleen de persoon Fortuyn en zijn Messianistische opvatting van politiek tekent, maar dat mijns inziens ook cruciaal is voor een juist begrip van de grote, vaak emotionele aantrekkingskracht die Fortuyn uitoefende op een aanzienlijk deel van de Rotterdamse en Nederlandse bevolking.'
U stelt dat Fortuyn een messiaans leider was. Waarom?
'Een messias moet afwijken van de normale mens. Dat had Fortuyn natuurlijk met zijn butler, zijn kleine hondjes, zijn homoseksualiteit, zijn villeine humor. Dat maakte hem allemaal anders dan een doorsnee burger. Veel mensen zagen hem als een soort redder, ook al was hij bijvoorbeeld uitgesproken homoseksueel. Dat accepteren niet alle groepen in de samenleving. Maar ook al waren sommige mensen daar tegen, ze namen dat op de koop toe. Ze zagen hem toch als een redder.'
Kwam dat door zijn denkbeelden of door zijn performance?
'Ik denk door zijn performance. Om een messiaans leider te kunnen zijn, moet je charisma hebben. Je moet sterk in jezelf geloven, want alleen dan kun je dat geloof overbrengen op anderen. Dat lukte Fortuyn wel.'
In tegenstelling tot de christelijke Messias - Jezus Christus - had Fortuyn een luxe levensstijl. Christus kwam om de mensen te dienen. Leek Fortuyn wat dat betreft wel op Christus of was hij vooral erg ijdel?
'Dat klopt. Maar Fortuyn had het ook niet altijd makkelijk. Hij had heftige critici, hij werd gedemoniseerd, hij werd met taarten bekogeld en werd uiteindelijk vermoord. Daar heeft hij niet op afgestevend, maar hij wist dat hij risico's liep. Het is een messiaanse trek om toch door te gaan. Hij had ook rustig in zijn villa kunnen blijven zitten en een wijntje kunnen drinken. Bij Fortuyn was het een combinatie van enerzijds de mensen willen dienen en anderzijds ook ijdel zijn. Dat is bij meer mensen zo. En - maar misschien stuit ik je lezers nu tegen de borst - we weten ook niet of Jezus het misschien ook wel heel leuk vond om Jezus te zijn.'
Huilende vrouw
Na uw lezing zei een vrouw in het publiek huilend dat de oude stadswijkenproblematiek die Fortuyn benoemde, nog altijd actueel is. Ze woont er zelf en verweet u dat u de problemen ontkent. Wat vond u van haar reactie?
'Het liet duidelijk zien dat de problemen waar zulke wijken mee te kampen hebben, heel groot zijn. Het zit mensen heel hoog. Daarom begrijp je ook dat als er een messiasachtige personage zich aandient, mensen bereid zijn om in hem te investeren. Dat bedoelde ik niet denigrerend. Als je diep in de problemen zit, klamp je je vast aan mogelijke oplossingen. Ik vond het overigens mooi om te zien dat na afloop Fortuyn-stemmers tegen me zeiden: 'U had gelijk, Fortuyn was een messias!' Ook al noemde ik een aantal negatieve aspecten, ze herkenden in mijn verhaal wel wat ik bedoelde. Ik ben blij dat het publiek, dat deels Fortuynstemmer was, het niet als respectloos heeft ervaren. De vrees van Pastors was dus niet terecht.'
Op Hemelvaartsdag een avondje terug naar de tijd van Jezus aan het ‘Meer van Galilea’? Het kan. In Drenthe.
Het ‘Meer van Galilea’ is een gratis event dat al meerdere jaren georganiseerd wordt. En met succes. In 2010 trok het – geheel door vrijwilligers georganiseerde – event meer dan 3000 bezoekers en vorige jaar waren dat er zelfs 5000.
Op Hemelvaartsdag (17 mei) is er opnieuw een ‘Meer van Galilea’. Het recreatieterrein Schoonhoven zal dan opnieuw veranderen in het Meer van Galilea zoals dat er uitzag in de tijd van Jezus, compleet met figuranten, toneelspelers, vissersboten, herders, schapen, muziek en vertellingen.
“We hopen dat het een plezierige avond wordt voor zowel deelnemers als bezoekers”, zegt een woordvoerder. “Verder hopen we dat er aandacht is voor de Boodschap die Jezus bracht en nog steeds actueel is.”
Een van de doelen van dit evenement is de verhalen uit die tijd bekend te maken op een boeiende manier, zo meldt de organisatie op de website. “Daarnaast zijn de onderlinge ontmoeting en samenhorigheid zeer belangrijk.”
Het ‘Meer van Galilea’ vindt plaats op recreatieterrein Schoonhoven ( Marten Kuilerweg 47 in Hollandscheveld ). Het is een openbaar terrein en voor iedereen toegankelijk en dus gratis. Het programma begint om 19.00 uur en zal duren tot 23.00 uur. Meer informatie: www.hemelvaartsdag.info
Het zonnetje schijnt, de vlag hangt uit, de tv staat aan en de meiden zijn de deur uit met ghettoblaster en kleedje om geld te verdienen op de vrijmarkt. Het is Koninginnedag.
Helaas was geen van mijn Oranje-gezinde gezinsleden bereid even het Wilhelmus te zingen bij het uithangen van de vlag, dus neuriede ik het zelf maar even. Zachtjes natuurlijk, om de buren niet wakker te maken. En terwijl ik het eerste couplet door mijn hoofd laat spelen valt me opnieuw op hoe vreemd het eigenlijk is dat we zeggen dat we de koning van Hispanje altijd hebben geëerd. Vermoedelijk is Nederland het enige land ter wereld dat in zijn volkslied de koning van een overheersende mogendheid eert.
Eigenlijk is het hele verhaal van dat Wilhelmus en het koningshuis maar vreemd. Een van onze kinderen kwam er vorige week achter dat Willem zelf helemaal geen Nederlander was en zelfs geen Nederlands sprak. Onze vader des vaderlands was een Duitser die Frans sprak (vandaar het Duitsen bloed). Ik heb ze nog maar niet verteld dat ‘ie niet Oranje heet omdat hij dat een mooie kleur vond, maar omdat hij een stad-staat in Zuid-Frankrijk had geërfd. Leuke plaats, lekker warm, maar weinig Hollands.
Afijn. Er zit ook wel iets moois in die historie. Op Wikipedia staat namelijk dat ‘het Wilhelmus Willem van Oranjes tweestrijd weerspiegelt inzake de opstand in de Nederlanden. Enerzijds probeert hij trouw te zijn aan de Spaanse koning, anderzijds is hij boven alles trouw aan zijn geweten, dat hem voorschrijft God en het Nederlandse volk te dienen.’ Kijk, dat gevoel herken ik als rechtgeaarde christen natuurlijk. Een dubbele loyaliteit aan het hemelse en aardse koninkrijk - misschien is die verwijzing naar de koning van Spanje wel helemaal zo gek nog niet.
Nu moet ik wel iets belijden. Bij de WK-finale van 2010 heb ik deze regel heel bewust niet meegezongen. Da’s logisch, zou Cruijff zeggen. Het heeft niet geholpen, zoals we allemaal weten. Had ik dan toch…? Nee, zo ver wil ik niet gaan. Maar die spanning tussen hier en daar, tussen hoog en laag, tussen gehoorzaamheid en geweten – laat die maar even blijven staan. Daar is niets mis mee.
Ik ga het laatste couplet maar eens neuriën vandaag.
Voor God wil ik belijden
en zijner groten macht,
dat ik tot genen tijden
den Koning heb veracht,
dan dat ik God den Heere,
der hoogsten Majesteit,
heb moeten obediëren
in der gerechtigheid.
Schokkende berichten over verpleeg- en verzorgingshuizen: verwaarloosde en totaal hulpeloze oude mensen die versmeren en stinken, een cultuur van angst onder het verpleegpersoneel (degenen die niet ziek of overspannen zijn) en bejaarden die midden in de nacht hun bed uitgehaald worden op gewassen te worden, onder het mom van efficiëntie.
Geschokt ben ik, over mensonterende toestanden in veel verzorgingstehuizen. De FNV verzocht onlangs om uitwassen in de zorg te melden: ze kregen een stortvloed van reacties die verzameld zijn in een zwartboek, dat vandaag in Den Haag wordt aangeboden, meldt het ND. Saillant detail: de FNV houdt er rekening mee dat de meldingen slechts ‘het topje van de ijsberg’ zijn.
De meer dan duizend reacties van het verplegend personeel die – vaak anoniem – binnenkwamen bij de FNV zijn misselijkmakend: bewoners die moeten wachten als ze naar de wc moeten (geen tijd) en het daardoor in hun broek doen, mensen die te weinig of koud eten krijgen (personeelstekort), of dementerenden die om vier uur ’s nachts uit bed worden geplukt om alvast gewassen te worden (efficiëntie, zoals dat heet). Of bewoners die - hé, wat handig – gewoon in hun bed moeten blijven overdag (ze kunnen niet lopen, dat scheelt) en pas ‘ middags gewassen worden,want dat is wel zo efficiënt. Nou ja, dat is al beter dan om 04.00 uur ’s nachts.
En dan hebben we het nog niet eens over het personeel van veel verzorgingstehuizen, dat geconfronteerd wordt met een steeds groter wordende druk vanuit management, directie of bestuur: personeel dat wordt aangespoord nog sneller en zuiniger te werken (maar daar massaal van overspannen raakt), goedkope krachten die worden ingehuurd (maar minder zijn opgeleid en relatief meer fouten maken). En ga zo maar door.
Alles lijkt te draaien om geld, efficiëntie en bezuinigingen. Ik ben benieuwd wanneer we leren dat onze set van waarheden als ‘geld maakt gelukkig’, ‘ik, ik, ik’, ‘het recht van de sterkste’ en ‘efficiëntie’ waarden zijn die uiteindelijk buitengewoon ongelukkig maken en voor versplintering zorgen in politiek en samenleving. Hoeveel mensonterende praktijken hebben we nog nodig om hier achter te komen? Hoeveel bejaarden zitten de komende tijd nog stinkend en onfris in hun kamer, beroofd van al hun waardigheid? Je zult het einde van je leven maar zo moeten doorbrengen. Het lijkt me verschrikkelijk.
Journalist Silvan Schoonhoven (1974) schreef een boek over de kracht en de zwaktes van de pinkstergemeente in Nederland. Het boek verschijnt pas in mei, maar is nu al in opspraak: de kerk Outreach Centre Nederland (OCN) uit Leiden spant begin mei een een kort geding aan tegen Schoonhoven en uitgeverij Nieuw Amsterdam. In gesprek met de auteur.
Een centrale casus in Schoonhovens boek God, geld & gehoorzaamheid is de charismatische GertJan Agtereek die zijn gemeenteleden manipuleert en financieel oplicht. Hij zou hen, met een beroep op gehoorzaamheid aan God, bewegen om grote sommen geld aan de kerk te schenken. Zo bleven mensen die hun huis verkochten voor de goede zaak, uiteindelijk gedupeerd achter. Leden die kritische vragen stellen, wordengeïntimideerd door Agtereek. Silvan Schoonhoven deed jarenlang onderzoek naar deze kerk en sprak met zo'n zeventig betrokkenen. Zie ook deze blog van afgelopen vrijdag.
Wat vond u het meest opvallend aan deze gemeente?
"Het meest verbazende is dat aan leden wordt gevraagd om hun kritische vermogens uit te schakelen. In preken werd dit ook zo gezegd. Er werd gezegd: Gertjan Agtereek is met grote dingen bezig en er komt een grote doorbraak aan. Mensen die zich afvragen wanneer ze daar dan iets van gaan zien en dat zulke dingen al zo lang geroepen wordt, zitten helemaal fout. Hen wordt gezegd dat wat er gebeurt niet met je aardse zintuigen is waar te nemen, maar dat het op geestelijk vlak afspeelt. En als je daar niet op vertrouwt dan moet je bij jezelf te rade gaan of je wel op de juiste manier wandelt met God. Kortom: er schort wat aan je geloof als je twijfelt aan de grote doorbraak die Agtereek aankondigt. De mentaliteit is al jarenlang: mond houden en als je niets merkt van de grote dingen is dat jouw schuld en niet zijn schuld. Ik vind het verbijsterend dat Agtreek nooit excuus heeft aangeboden of tot een schuldbekentenis is gekomen. Door zijn toedoen zijn zovele mensen in zulke grote financiele problemen zijn gekomen. Men denkt niet: er zijn veel mensen boos op ons, misschien ligt de oorzaak wel bij ons. Nee, het gaat gewoon door."
Als ik uw boek lees, kom ik weinig nieuws tegen. Veel zaken zijn eerder al besproken in het Leidsch Dagblad en in uitzendingen van televisieprogramma EenVandaag.
"Het boek is grotendeels een reconstructie van wat eerder is beschreven. Het boek bestaat uit losse onderdelen die het verhaal van de pinkstergemeentes vertellen. Bijvoorbeeld het verhaal van de aan OCN gelieerde verslaafdenopvang Winnersway en ook de avonturen in Kenia . Het waren afzonderlijke verhalen, maar ik ben op zoek gegaan naar de grote lijn. Wel heb ik uitgebreider dan in de krant geschreven over het piramidespel Ministry Network of M-Net dat Agtereek heeft opgezet."
Schoonhoven beschrijft in zijn boek hoe gemeenteleden beloofd werd dat ze na betaling van contributie toegang zouden krijgen tot internationaal erkende kerkelijke opleidingen. Ze werden geacht nieuwe leerlingen te werven die dus ook weer contributie moesten betalen. Het geld is betaald, maar de opleiding werd nooit aangeboden. De contactpersoon verdween spoorloos en had zelfs zijn telefoonnummer veranderd. Het inschrijfgeld was verdwenen.
"Mijn boek is geen aanklacht tegen alle pinksterkerken.
Maar wel tegen de uitwassen"
Bent u zelf gelovig?
"Nee, ik ben niet kerkelijk. Ik heb godsdienstwetenschap gestudeerd en voor het Leidsch Dagblad veel over deze kerk geschreven. In het boek wilde ik de mooie kanten van de pinkstergemeente beschrijven: de bevlogenheid en het geestdriftige. Het is nooit saai en er kan veel. Maar in de praktijk zijn er ook schaduwzijden. Dat zie je niet alleen bij OCN, maar ook bij andere pinksterkerken. Zeker niet bij alle pinksterkerken. Het is zeker geen aanklacht tegen alle pinksterkerken. Maar wel tegen de uitwassen."
Heeft u de indruk dat er veel van zulke uitwassen zijn?
"Ik ben er alleen in Nederland al zo'n 25 tegengekomen. In de Verenigde Staten zijn er nog veel meer. Zulke kerken vergalopperen zich op het gebied van geld, leningen, onverantwoorde uitgaven en het manipuleren van volgelingen. De welvaartstheologie uit de VS krijgt ook in Nederland steeds meer voet aan de grond."
Hebben dergelijke gemeenten zich ook verenigd in een samenwerkingsverband?
"Nee, dit soort kerken zijn juist wars van samenwerking met anderen. Ze willen juist op zichzelf blijven. Het nadeel is dat er een leider opstaat die geen kritiek duldt en waardoor een situatie uit de hand kan lopen. Dat is een valkuil waar pinksterkerken extra alert op moeten zijn."
Wat is uw missie met dit boek?
"Ik heb het geschreven vanuit een fascinatie voor dit verschijnsel. Hoe kan het dat het misgaat? Waarom blijven mensen bij zo'n gemeente? Waarom kost het zoveel moeite om weg te gaan? Dat komt enerzijds omdat ze er al veel geld in hebben gestoken en als je weggaat kan je sowieso naar je geld fluiten. Maar het komt ook door het door de leiders ingeprente idee dat als je de kerk verlaat, je niet vreemd moet opkijken dat je ziek wordt of dood gaat. Dat was de boodschap bij OCN. Ik vind het erg fascinerend om uit te zoeken hoe dat werkt."
Zie ook
Verklaring Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten (VPE) uit 2009:Geen binding met Leidse kerk .
Outreach Centre Nederland (OCN) uit Leiden spant begin mei een kort geding aan tegen journalist Silvan Schoonhoven en uitgeverij Nieuw Amsterdam. OCN, voorheen de Grote Opdracht Gemeente, reageert daarmee op de uitgave van het boek God, Geld & Gehoorzaamheid, waarin Schoonhoven kritisch schrijft over Outreach Centre Nederland en de omstreden voorganger GertJan Agtereek.
Silvan Schoonhoven volgt de ontwikkelingen rond Agtereek al jaren voor het Leidsch Dagblad, de krant waar hij werkzaam is. In zijn boek - dat in mei moet verschijnen - beschrijft hij de kracht en zwaktes van pinkstergemeentes. Een centrale casus is de persoon van GertJan Agtereek en zijn volgelingen.
De gemeente overwoog eerder al een kort geding aan te spannen, op basis van 17 vermeende onjuistheden in hoofdstuk 4 ('De neergang van De Grote Opdracht Gemeente'). Waarom dit kort geding uiteindelijk niet is ingediend en nu een nieuw kort geding wordt aanspannen is niet duidelijk.
Helemaal nieuw zijn de verhalen die het boek brengt niet. Zowel het Leidsch Dagblad als het televisieprogramma EenVandaag brachten in 2010 al verhalen naar buiten over de werkwijze van Agtereek. Het is niet duidelijk waarom OCN destijds niet maar nu wel een kort geding aanspant. Advocaat Max van Olden wil niet inhoudelijk op de zaak ingaan. "We willen de inhoud van het boek tegen het licht houden. Maar het is niet in het belang van mijn cliënt om in dit stadium verdere uitspraken te doen", laat de advocaat weten in een reactie. "We richten ons op de voorbereiding en houden ons kruit liever droog.''
Nare dingen
Silvan Schoonhoven reageert: "Ik kan me de reactie van OCN voorstellen want wat ik over hen schrijf is niet vleiend. Maar ik heb jarenlang naar deze kwestie gekeken. Ik heb zo'n 70 mensen gesproken die uitgebreid hebben verteld wat ze met dit kerkgenootschap hebben meegemaakt. Op basis daarvan meen ik een goede weergave te geven wat zich in de loop der jaren heeft afgespeeld. Ik heb geprobeerd dat zo objectief mogelijk te doen. Maar je ontkomt er niet aan dat zich daar hele nare dingen hebben afgespeeld." Volgens Schoonhoven is de kritiek van de gemeente op zijn boek dat de beschreven misstanden niet de schuld zijn van Agtereek maar van anderen. "De kerk ziet mijn boek als onderdeel van een lastercampagne, waardoor de problemen in de gemeente zijn verergerd. Ik zou deel uit maken van een samenzwering van de boze buitenwereld tegen de kerk. Maar dat is echt een omkering van de zaken. Er waren problemen en die heb ik beschreven."
Woedeuitbarstingen
Schoonhoven beschrijft in het gewraakte hoofdstuk, op basis van zo'n 70 gesprekken met betrokkenen, hoe de charismatische GertJan Agtereek zijn gemeenteleden manipuleert en financieel oplicht. Met een beroep op gehoorzaamheid aan God zou hij gemeenteleden bewegen om grote sommen geld aan de kerk te schenken. Wie minder loyaal is, kan rekenen op woedeuitbarstingen en dreigementen van Agtereek. De auteur bezocht tot tweemaal toe Kenia, waar hij ook met lokale partners en gedupeerden sprak. De kerk van Agtereek krijgt in het boek de ruimte om te reageren op de aantijgingen van ex-leden en gedupeerden. Citaat: "Het algemene beeld dat GertJan zichzelf heeft verrijkt, klopt volgens de kerk niet. Op veel gebieden is hij het grootste slachtoffer."
Naast het hoofdstuk over Agtereek bevat het boek ook reconstructies van andere spraakmakende kwesties in de Pinksterwereld. Ook de kwestie rondom Trin, waarover vorig jaar in onder meer cv·koers een artikel verscheen, wordt besproken. "Ik heb geen missie met dit boek, maar de pinksterbeweging intrigeert me."
Maandag volgt op deze website een uitgebreider interview met Schoonhoven. In het meinummer publiceert cv·koers een onderzoek onder leden van evangelische gemeentes. In dit onderzoek wordt ingegaan op het 'lerend vermogen' van de evangelische beweging, in de omgang met kwesties als deze.
Zie ook
YouTube-kanaal over GertJan Agtereek
Nieuwsartikelen over GertJan Agtereek
Je ziet ze steeds vaker op school: vaders die hun kinderen brengen of halen. Werden vroeger de wenkbrauwen licht opgetrokken bij het zien van een sporadische held die het schoolplein durfde te betreden, tegenwoordig is de verhouding man/vrouw gelukkig wat evenwichtiger verdeeld.
Wie het als vader een tijd geleden waagde om het schoolplein (toch vooral ontmoetingsplaats voor moeders) op te lopen, werd op z’n minst wantrouwig aangekeken. Een vader op een schoolplein? Ach, toch geen kinderl..? Nee hoor, het zal de nieuwe stagemeester wel zijn.
Ook kinderen waren volledig gewend aan het idee dat ze gebracht en gehaald werden door hun moeder. Toen natuurlijk nog ferm op de fiets – met rieten mand - door weer en wind, want het luxueuze fenomeen ‘tweede auto’ bestond nog niet. Als vader ineens aan de rand van het schoolplein stond te wachten, wist je als kind gevoelsmatig: hier klopt iets niet: waar is mama? En als vader thuis wat onhandig het schort van mama voorbond, wist je het zeker: mama is ziek en ligt lekker op bed. Dan zei papa ook het woord ‘snipperdag’ regelmatig op zo’n dag. Maar dan wás hij er ook echt en helemaal. Dus niks geen iPads, laptops en ‘multitasken’, de bron van veel relationele ellende.
Als papa op het schoolplein verscheen, was er wat met mama. Zo was dat. Hoe anders is dat tegenwoordig. Is het schoolplein ook nu nog vooral ontmoetingsplaats voor moeders? Niks hoor! Ook de vaders mengen zich in het gezelschap, fier en vrolijk. Ik heb regelmatig goede gesprekken met anders kerels op het schoolplein. De fiets in de ene hand, de schooltas van een van de spruiten in de andere. Gaaf om te zien: vrolijke en betrokken vaders en blije kinderen die op hun vader afrennen.
Ik ben blij met deze ontwikkeling. Vaders zijn namelijk nog te vaak uit beeld, vooral als het om de opvoeding gaat. Ze hebben het ‘te druk’ (wie weet er nog een grap?). Opvoeden is nog steeds een vrouwending, tot spijt van professionals als orthopedagoog Bert Reinds en GZ-psycholoog Rob Hondsmerk, die beiden en op hun manier het belang van Vader zijn met hart en handen te benadrukken, om de bestseller van Reinds even aan te halen.
Als vaders niet langer hun identiteit zouden halen uit zaken als loopbaan, taken in de kerk en – vooruit – toch die mooie leaseauto, zou dat een geweldige invloed hebben op het gezin. Maar dat vraagt wel om een keuze: ik wil er meer zijn voor mijn gezin (visie) en zó ga ik dat praktisch vormgeven (stappen).
Net als op je werk, zeg maar.
Geen idee meer hoe ik er bij terecht kwam. Een scriptie over musea. Ik kan mezelf niet echt een kenner noemen. De laatste keer dat ik iets met musea deed was vorig jaar, toen ik mijn moeder een museumjaarkaart cadeau gaf. Het laatste museum dat ik bezocht was het Van Gogh, omdat een buitenlandse vriend daar graag naartoe wilde. En toch zat ik opeens geboeid te lezen.
De titel van de scriptie was ‘Verhaal of voorwerp?’ en ging over de veranderingen in de manier van presenteren in een museum. Vroeger (in de tijd dat ik er nog wel eens kwam) was een museum een zaal met dingen in witte vitrines. Lampje er boven, kaartje ernaast – en dat was het wel. Ik weet nog dat ik als kind werd meegesleept door de krochten van het Rijksmuseum, langs eindeloze rijen spullen. Voorwerpen waarvan soms je geen idee had waar ze toe dienden of de waarde niet van inzag. Een soort van badkuip, iets wat op een theelepel leek, een gebutste pot en pan.
Hoe anders is dat nu, zo het schijnt. Musea zijn afgestapt van de witte vitrines en vertellen een verhaal. Geen kale ruimte met twee oude potten en pannen, maar nagebouwde hutten die laten zien hoe mensen leefden, werkten en aten (uit een oude pot en pan, bijvoorbeeld). Een replica van de badkuip staat in een oude opgraving en blijkt opeens een sarcofaag te zijn.
De scriptie ging onder andere over de vraag of het gebruiken van replica’s in die verhalende stijl wel verantwoord is. Dat hangt er van af wat je wilt bereiken, was het nogal voor de hand liggende antwoord. Als je wetenschappelijk zuiver wilt zijn, misschien niet. Als je echter iets wilt overbrengen, mensen enthousiast wilt maken, van betekenis wilt zijn: dan wel! Want wat bleek: die verhalende stijl spreekt tot de verbeelding. Bezoekers blijven langer hangen, zijn meer geïnteresseerd en beginnen zelf meer en meer vragen te stellen.
Verhaal of voorwerp. Ik realiseerde me: hebben wij niet eigenlijk geprobeerd het evangelie in een witte vitrine te zetten? Lampje erboven, kaartje ernaast – dan moet iedereen het snappen. Maar, zo leert een scriptie over musea mij, als we van betekenis willen zijn, zullen we onze vitrines moeten sluiten en het verhaal opnieuw moeten gaan vertellen. Op een manier die misschien wel minder wetenschappelijk verantwoord is, maar tot de verbeelding spreekt, interesse opwekt, mensen betrekt en vragen oproept.
Ik weet eigenlijk niet waarom ik nu opeens aan The Passion moet denken. En aan die prachtige Paasvoorstelling van de zandtovenaar. En ergens zweeft zelfs een plaatje van een een of ander Jezus-quiz, maar ik kan me vergissen.

meer films op blikoponeindig.nl

